De oorlog tegen uitstelgedrag

In dit artikel ontdek je hoe Steven Pressfield's 'The War of Art' je helpt bij het overwinnen van 'Resistance' - de innerlijke weerstand die professioneel schrijven blokkeert. Met praktische tips en strategieën om van amateur naar professional te gaan in je schrijfproces.

War Of Art Resistance

Wat jij kunt leren van The Art of War

Inhoud

De cursor knipperde. Alsof hij me uitlachte. “Schrijf dan, als je durft.” De deadline voor mijn voorstel was over drie uur en het document staarde me leeg aan. Mijn vingers zweefden boven het toetsenbord, maar landden steeds ergens anders: op de refresh-knop van mijn inbox, op het handvat van mijn koffiemok, op mijn telefoon – zogenaamd om iets “essentieels” op te zoeken. Twee uur later had ik een schoon bureau, een heringedeelde boekenkast, en nul woorden.

Wat is dat toch? Die kracht die je precies op het juiste moment afleidt van waar het echt om gaat? Die fluisterende stem die zegt: “Nu nog niet.”

Steven Pressfield noemt het Resistance – weerstand. Niet zomaar wat uitstelgedrag, maar een geniepige, interne kracht die alles doet om je af te houden van belangrijk werk. In zijn boek The War of Art laat hij zien hoe Resistance zich verstopt in afleiding, perfectionisme, twijfel, vermijding – alles wat jou weghoudt van creatie, groei, impact.

Pressfield is een Amerikaanse auteur en voormalig marinier. Hij schreef onder meer historische romans over het oude Griekenland (Gates of Fire, Tides of War), maar werd vooral bekend door zijn reflectieve non-fictie. The War of Art (2002) is een beknopt maar messcherp manifest over creatief werk, discipline en innerlijke strijd. Zijn boodschap: wie iets waardevols wil maken, ontmoet weerstand. Maar wie doorgaat ondanks die weerstand, wordt professional – los van diploma of status.

Resistance in professioneel schrijven

In professionele omgevingen – zeker in zorg en overheid – heeft Resistance eindeloos veel vermommingen. Soms is het zichtbaar, vaker subtiel. En altijd effectief. Enkele herkenbare verschijningsvormen:

  • De perfectie-paralyse:
    “Deze tekst moet perfect zijn… anders…” Wat dat ‘anders’ precies is, blijft vaak vaag – maar het blokkeert je.
  • Het expertise-excuus:
    “Ik moet eerst nog meer informatie.” Je weet genoeg, maar durft de sprong nog niet te wagen.
  • De eindeloze eerste alinea:
    Je blijft schaven aan die eerste zinnen. Het voelt als schrijven, maar je maakt geen voortgang.
  • De vergadervlucht:
    Nog even overleggen. Dan nog eens. Schrijven wordt uitgesteld onder het mom van afstemming.
  • De inspiratie-mythe:
    “Ik wacht tot ik er echt zin in heb.” Alleen amateurs vertrouwen op inspiratie. Professionals beginnen zonder.

Ik betrapte mezelf er laatst op dat ik een hele ochtend bezig was met het ordenen van oude projectbestanden. Ik noemde het “voorbereiding” op een communicatieplan. In werkelijkheid ontweek ik de confrontatie met een lastig onderwerp. Resistance had het vermomd als orde en efficiëntie.

En ik ben niet de enige. Een collega bij een gemeente vertelde me hoe ze dagenlang een beleidsnotitie uitstelde, tot de dag van de vergadering. Pas toen de tijd écht op was, kwam ze in actie – en schreef in één ruk drie pagina’s. Achteraf zei ze: “Het was best goed. Maar waarom heb ik mezelf zó opgefokt?”

Het verraderlijke van Resistance is dat het vaak aanvoelt als iets nuttigs. Je doet “werk”, maar niet het werk dat je moet doen. En dus blijf je steken.

Waarom het juist toeslaat bij belangrijk werk

Een scherpe observatie van Pressfield: hoe belangrijker iets voor je is, hoe meer weerstand je zult voelen. Die ene tekst die echt iets betekent – voor je collega’s, je patiënt, je organisatie – lokt extra veel sabotage uit.

Het is alsof je systeem een alarmsignaal afgeeft: pas op, dit doet ertoe. En dus wordt de drempel hoger. Pressfield zegt:

“Resistance will tell you anything to keep you from doing your work. It will perjure, fabricate; it will seduce. Resistance is always lying and always full of shit.”

Dat mailtje over de lunchplanning? Zo geschreven. Maar die visienota met impact op strategisch beleid? Daar ligt de blokkade.

Turning pro: de mentale verschuiving

Voor Pressfield draait alles om een fundamentele keuze: blijf je amateur, of word je professional? Niet in de zin van je functie, maar je houding.

  • De amateur schrijft als het uitkomt.
  • De professional schrijft op vaste momenten, ongeacht stemming of omstandigheden.
  • De amateur hoopt op inspiratie.
  • De professional weet: inspiratie komt ná inzet.
  • De amateur neemt kritiek persoonlijk.
  • De professional gebruikt feedback om te groeien.

Turning pro betekent niet alleen dat je anders werkt – het betekent dat je jezelf anders ziet. Je ziet schrijven niet meer als iets dat je ‘erbij doet’, maar als een essentieel onderdeel van je vak.

Een communicatieadviseur in een ziekenhuis zei ooit tegen me: “Ik dacht altijd: ik ben geen schrijver. Tot ik besefte dat bijna alles wat ik doe, begint met tekst.” Sindsdien reserveert ze elke ochtend een half uur schrijftijd. “Niet voor een specifieke opdracht, maar gewoon om te blijven bewegen.”

Deze mentaliteit is toepasbaar in elk professioneel domein. Denk aan een arts die pas opereert als ze ‘in de stemming’ is – ondenkbaar. Toch behandelen veel schrijvers hun werk zo.

Mijn eigen omslag kwam toen ik inzag dat communicatie geen bijzaak is. Niet ‘iets erbij’. Het is kern. En dus gaf ik het dezelfde status in mijn agenda als een patiëntbespreking of MT-overleg. Resultaat: meer rust, minder uitstel, betere output.

Vijf strategieën om Resistance te slim af te zijn

  1. Begin lelijk
    De eerste versie mag slecht zijn. Sterker nog: moet slecht zijn. Pas wat er staat, kun je herschrijven. Wat er niet staat, blijft een probleem. Voorbeeld: schrijf een ruwe patiëntenbrief in 15 minuten. Geen opsmuk, alleen de boodschap. Herformuleer pas in ronde twee.
  2. Maak er een ritueel van
    Rituelen schakelen je brein om. Mijn schrijfmodus start met espresso, noise-cancelling koptelefoon en de soundtrack van Interstellar. Het maakt niet uit wát je doet, als je het maar telkens herhaalt. Voor collega’s in zorg en beleid werkt soms ook: eerst korte wandeling, dan 30 minuten schermtijd zonder afleiding. Bouw je eigen startseintje.
  3. Verlaag de drempel
    Noem het geen beleidsstuk, maar een ‘denkdocument’. Geen jaarplan, maar een schets. Woorden sturen verwachtingen – ook die van jezelf. Eén beleidsmedewerker vertelde me dat hij zijn stukken altijd begint met “concept” in de bestandsnaam. “Dat scheelt zeker 30% aan druk.”
  4. Splits het op
    Grote taken zijn verlammend. Maak het klein:
    • Niet: Maak jaarverslag.
    • Wel: Vat 2 resultatenprojecten samen in 5 bullets.
    Het werkt ook in presentaties: eerst de outline, dan de intro, dan pas de conclusies.
  5. Erken je angst – en werk toch door
    Resistance voedt zich met angst: voor oordeel, voor falen, voor succes. Dat verdwijnt niet. Maar jij bepaalt wie er achter het stuur zit. Tip: schrijf vóór je begint op een Post-it: “Ik ben niet mijn tekst.” Het maakt ruimte tussen jou en je werk.

Hiërarchisch versus territoriaal werken

Pressfield beschrijft twee fundamenteel verschillende manieren van werken:

  • In een hiërarchische werkwijze laat je je leiden door externe factoren. Je schrijft omdat iemand iets van je verwacht. Je bent gericht op status, bevestiging of carrière. Je vraagt je voortdurend af: “Wat zullen anderen denken?”
  • In een territoriale werkwijze werk je voor het werk zelf. Niet om te pleasen of te imponeren, maar om trouw te zijn aan je vak, je waarden, je onderwerp. Je creëert omdat je iets te zeggen hebt.

Voor communicatieprofessionals is dit verschil essentieel. Je schrijft een beleidsnotitie niet om te scoren bij je directeur, maar omdat goede communicatie beleid begrijpelijk en werkbaar maakt. Je schrijft een patiëntenbrief niet om bewondering te oogsten, maar om iemand werkelijk te helpen.

Toen ik deze verschuiving maakte, merkte ik dat mijn teksten helderder werden. Milder ook. En effectiever. Want ik was niet meer bezig met hoe ik overkwam – ik was bezig met het doel van de tekst.

Dieper liggende angsten

Onder Resistance liggen vaak angsten die we liever niet onder ogen zien:

  • Zichtbaarheid:
    Als je publiceert, kunnen mensen iets van je vinden. En dus stel je uit.
  • Verantwoordelijkheid:
    Een duidelijke tekst vraagt om helderheid – en dus ook om stellingname. Wat je opschrijft, kun je worden aangehouden.
  • Onzekerheid:
    “Ben ik wel de juiste persoon om dit te schrijven?” Vooral bij complexe onderwerpen komt het imposter-syndroom opzetten.

Pressfield erkent dit – maar stelt ook: juist deze angsten wijzen de weg. Ze tonen je waar het werk er écht toe doet. En waar je dus doorheen moet.

De mythe van inspiratie

“Wacht niet op inspiratie – start zonder,” schrijft Pressfield. De muze komt pas opdagen als ze ziet dat jij er al zit.

Ervaren schrijvers kennen dat moment: je begint moeizaam. Slecht zelfs. Maar na 15 à 20 minuten gebeurt er iets. De zinnen stromen. De focus komt. Je weet weer waarom je dit doet.

Dit is geen magie. Dit is routine. En het is beschikbaar voor iedereen die durft te beginnen.

Praktisch hulpmiddel: zet een timer op 7 minuten. Schrijf onafgebroken, zonder oordeel. Wat eruit komt, is misschien waardeloos. Maar het doorbreekt de stilstand.

Niet elke tekst is even belangrijk

Een inzicht dat veel rust geeft: niet alles hoeft perfect. Niet elk stuk tekst is even zwaar. En dus mag je ook variëren in hoeveel tijd en aandacht je eraan besteedt.

Voor een communicatieprofessional in zorg of overheid zou een persoonlijke hiërarchie er zo uit kunnen zien:

  1. Directe patiëntcommunicatie over zorgveranderingen
  2. Strategische stukken met externe impact
  3. Interne documenten die processen verbeteren
  4. Routinematige updates of formats

Als je dit vooraf bepaalt, kun je bewuster kiezen:

  • Wanneer geef ik alles?
  • Wanneer is ‘goed genoeg’ echt genoeg?

Samengevat: hoe je wint van Resistance

Pressfield stelt:

Resistance is universeel. Iedereen ervaart het. Maar alleen de professional laat zich er niet door stoppen.

Wat kun jij doen?

  • Herken je weerstand (en geef het een naam)
  • Ontmasker de vermommingen (zoals ‘ik moet nog iets uitzoeken’)
  • Begin lelijk, maar begin wel
  • Gebruik ritme en ritueel
  • Werk voor het werk zelf – niet voor status
  • Accepteer dat angst erbij hoort
  • Wees mild voor de tekst, maar streng voor het proces

Checklist: je persoonlijke mini-strategie

  • Noteer de schrijfklus die je uitstelt
  • Benoem de vorm van Resistance (angst, perfectionisme, afleiding…)
  • Verlaag de drempel (kladversie, bullets, tijdslimiet)
  • Stel een schrijfblok van 30 minuten in
  • Begin, ongeacht stemming

Elke keer dat je deze cyclus voltooit, bouw je momentum. Niet door groots te zijn, maar door te verschijnen. Steeds opnieuw.

Zoals Pressfield zegt:

“The most important thing about art is to work. Nothing else matters except sitting down every day and trying.”

Tot slot: waarom dit verder reikt dan schrijven

Dit verhaal gaat over schrijven. Maar het gaat ook over professioneel leven. Over verantwoordelijkheid nemen voor je eigen werk, je eigen stem, je eigen bijdrage.

In een wereld vol afleiding, drukte en meningen vraagt het moed om trouw te blijven aan wat je echt belangrijk vindt. Of dat nu een tekst is, een visie, een verandering in beleid.

Wie weerstand voelt, doet er dus toe. Laat dat de gedachte zijn waarmee je begint.

Wil je hierover doorpraten?

Plaats de eerste reactie